Impersonal en personal passive

Impersonal passive

Vorm: it + lijdend werkwoord + zin

bedrijvend: People know Susan is a car thief.
impersonal passive: It is known that Susan is a car thief.

Werkwoorden die kunnen worden gebruikt in de impersonal passive: agree, allege, announce, assume, assure, believe, calculate, claim, consider, decide, declare, discover, estimate, expect, explain, hope, find, know, mention, presume, propose, recommend, report, rumour, say, show, suppose, suggest, think, understand

Personal passive

1. Vorm: subject + lijdend werkwoord + to + hele werkwoord
(simple present, present continuous, future)

bedrijvend: People know Susan is a car thief.
impersonal passive: It is known that Susan is a car thief.
personal passive: Susan is known to be a car thief.

2. Vorm: subject + lijdend werkwoord + to have + voltooid deelwoord
(past (continuous), present perfect (continuous), past perfect (continuous))

bedrijvend: People know Susan has stolen the car.
impersonal passive: It is known that Susan has stolen the car.
personal passive: Susan is known to have stolen the car.

Werkwoorden die kunnen worden gebruikt in de personal passive: believe, expect, find, know, report, say, think, understand

Oefeningen

  • oefening 1: invuloefening waarin je deel van een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 2: invuloefening waarin je deel van een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 3: invuloefening waarin je een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 4: invuloefening waarin je deel van een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 5: invuloefening waarin je deel van een bedrijvende zin lijdend maakt

Misschien vind je onderstaande pagina’s met oefeningen nuttig:

  • oefeningen met het herkennen van de lijdende of bedrijvende vorm
  • oefeningen met de Simple Present Passive (The house is built)
  • oefeningen met de Simple Past Passive (The house was built)
  • oefeningen met de Continuous Passive (The house is/was being built)
  • oefeningen met de Perfect Passive (The house has/had been built)
  • oefeningen met Future en Modal Passive (The house will be built / The house may have been built)
  • oefeningen met de lijdende vorm in verschillende tijden
  • oefeningen met de Double Object Passive (She was given a house / A house was given)