Opbouw examen Engels

Het examen Engels is als volgt opgebouwd: het begint met makkelijke teksten, dan volgen in het midden moeilijker teksten, en het examen eindigt ook weer met gemakkelijkere teksten. Als je Engels heel lastig vindt, kun je ervoor kiezen eerst de vragen van de makkelijkere begin- en eindteksten te beantwoorden, om daarna de moeilijkere middenteksten te gaan tackelen.

Korte teksten

Als de tekst kort is en er maar 1 vraag of 2 vragen bij staan, lees dan eerst de vraag/vragen door. Dan weet je waar je op moet letten in de tekst.

Lange teksten

Lees eerst de hele tekst en probeer deze te begrijpen. Ga dan pas naar de vragen. Als je weet waar de schrijver naar toe wil met zijn tekst, is het gemakkelijker de vragen te beantwoorden. Het lijkt misschien tijdrovender om eerst de tekst door te nemen maar dat is het niet. Bovendien maakt het de kans dat je het goede antwoord geeft groter.

Vragen

  • Probeer de hele vraag te begrijpen, dus ook alle antwoordalternatieven. Zoek de woorden die je niet kent op.
  • Besteed niet teveel tijd aan een tekst  of vragen die je helemaal niet begrijpt. Ga dan naar de volgende vraag of tekst. Als je tijd over hebt, lees de tekst of beantwoord alsnog de vragen die je moeilijk vond.
  • Probeer zoveel mogelijk de gedachtegang van de schrijver te volgen en je eigen mening buiten beschouwing te laten. De vragen bevragen altijd alleen de inhoud van de tekst.
  • Vul altijd een antwoord in op het antwoordblad. Laat nooit een plek open. Ook open vragen zijn soms te beantwoorden omdat er – bijvoorbeeld – naar het nummer van een alinea wordt gevraagd. Niet geschoten is altijd mis.
  • Geef in de juiste taal antwoord. Bovenaan het vragenboekje staat: Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands, behalve als het anders is aangegeven. Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op. Soms wordt je gevraagd te citeren (d.w.z. over te schrijven uit de tekst), dan moet je dus wel in het Engels antwoorden.
  • Schrijf leesbaar voor je docent en de tweede corrector. Formuleer helder en transparant je antwoord bij open vragen.
  • Meerkeuze-invulvragen met signaalwoorden (however, therefore, consequently, etc) zijn over het algemeen de moeilijkste vragen van het examen. Neem de signaalwoorden van te voren goed door en onthoud welke functie (tegenstelling, aanvulling, conclusie) ze hebben. Neem anders een kijkje bij deze oefeningen met verbindingswoorden.

Gebruik woordenboek

Je mag een woordenboek gebruiken bij het eindexamen, maar het opzoeken van woordjes kost veel tijd. Zorg ervoor dat je van voldoende Engelse woorden de betekenis kent. Neem in elk geval een basiswoordenlijst (bijvoorbeeld die achterin de examenbundel) door en check of je de meeste woorden kent.

Tijd

Je hebt ongeveer 3 minuten (inclusief het lezen van de tekst) om een vraag te beantwoorden. Dat is niet lang. Hou je tijd in de gaten bij het examen.

Succes!!!

N.B. Deze tekst staat ook in gewijzigde vorm op de ThiemeMeulenhoff site. De auteur van die tips en de maker van deze website zijn 1 en dezelfde persoon 🙂 , dus is er geen ‘conflict of interest’.

Handige sites

De normering examenjaar 2021