De hulpwerkwoorden van modaliteit of modale hulpwerkwoorden (zullen, kunnen, mogen, moeten, willen) (in het Engels modal verbs) geven aan of het hoofdwerkwoord als wenselijk, mogelijk, waarschijnlijk, etc. gezien wordt. Hieronder kun je oefenen met verschillende modaliteiten in het Engels.

in staat zijn

  • oefening 1: multiple choice oefening met verschillende hulpwerkwoorden
  • oefening 2: multiple choice oefening met can, can’t, could, couldn’t en will be able to
  • oefening 3: multiple choice oefening met can, could en to be able to
  • oefening 4: invuloefening met met can, could, be able to, may en might

toestemming

  • oefening 1: multiple choice oefening met can, could, may en might
  • oefening 2: invuloefening met can, could, may en might

advies

  • oefening 1: multiple choice oefening met could, would en should
  • oefening 2: invuloefening met should, ought to en had better
  • oefening 3: kies het beste hulpwerkwoord om advies mee ui te drukken

logische gevolgtrekking en waarschijnlijkheid

  • oefening 1: multiple choice oefening  met should have, might have, must have en can’t have 
  • oefening 2: invuloefening met must have, might have, should have en can’t have 
  • oefening 3: kies de juiste hulpwerkwoorden om sterke waarschijnlijkheid uit te drukken
  • oefening 4: kies bij verschillende situaties de juiste zin
  • oefening 5: invuloefening met verschillende hulpwerkwoorden
  • oefening 6: invuloefening met must have, can’t have, couldn’t have, may have
  • oefening 7: invuloefening met must, can’t, could, may, might

noodzakelijkheid en verplichting

  • oefening 1: kies het juiste hulpwerkwoord om noodzakelijkheid of het gebrek eraan uit te drukken
  • oefening 2: multiple choice oefening over het verschil tussen must en have to
  • oefening 3: kies het juiste hulpwerkwoord om morele verplichting uit te drukken: must, have to, should, ought to
  • oefening 4: multiple choice oefening over het verschil tussen must en have to
  • oefening 5: invuloefening met must, have got to en have to

verzoek

  • oefening 1: kies het juiste hulpwerkwoord om een beleefd verzoek of toestemming uit te drukken
  • oefening 2: kies het beste hulpwerkwoord om een beleefd verzoek uit te drukken:  would you, could you, will you en can you

alle modaliteiten

  • oefening 1: multiple choice oefening met can, could, may, might en must
  • oefening 2: multiple choice oefening met can, could, may, might, must, must have, en should
  • oefening 3: kies het juiste hulpwerkwoord
  • oefening 4: multiple choice oefening
  • oefening 5: multiple choice oefening
  • oefening 6: multiple choice oefening
  • oefening 7: invuloefening met can, could, have to, must, might en should
  • oefening 8: invuloefening met can, couldn’t, have to, might, must, ought to,  shouldn’t en was able
  • oefening 9: multiple choice oefening met verschillende hulpwerkwoorden
  • oefening 10: multiple choice oefening met verschillende hulpwerkwoorden

nuttige pagina’s